Er was eens, nog niet zo heel erg lang geleden, maar toch lang genoeg om over de vorige eeuw te spreken,  een klein meisje.

Dat meisje groeide op in een rustig dorpje waar niet zo veel gebeurde en waar kinderen nog lekker op straat konden spelen. Veel vriendjes en vriendinnetjes had het meisje niet, want de kinderen uit het dorp vonden haar maar mysterieus. Het meisje wist niet wat dat woord betekende, maar het klonk wel interessant, vond ze.   Omdat het meisje het thuis niet zo fijn had, ging ze vaak naar het bos, waar ze dan lekker onder een boom ging zitten en met haar, volgens de grote mensen mom haar heen, denkbeeldige vriendjes. Het meisje wist wel beter, want die zogenaamde denkbeeldige vriendjes bestonden wel degelijk hoor en ze had er een hoop plezier mee, want er waren altijd wel leuke woordspelletjes, raadseltjes en grapjes en ze verveelde zich nooit. Maar ze vond het wel raar dat de andere mensen om haar heen haar vriendjes niet konden zien, ze vond het ook wel een beetje stom van die mensen.  Maar een aantal jaren zat ze daar verder niet zo mee, want ze had haar lieve vriendjes waar ze mee kon spelen en die haar vaak mooie kleuren lieten zien.

Maar toen de grote mensen in haar leven steeds duidelijker lieten merken dat het meisje zich in hun ogen niet normaal gedroeg en , soms met harde hand, probeerden om haar in het gareel te krijgen, begon er iets aan het meisje te knagen. Want waarom werden mensen zo boos als ze vertelde wat ze had gezien die dag ? En waarom werd ze naar haar kamer gestuurd als ze zei dat er iemand stond te jokken, want dat voelde ze toch heel duidelijk ?  Gewoon jezelf zijn en eerlijk mocht dus blijkbaar niet, want dan vonden mensen je niet lief.

En zo begon het meisje met zich dan maar aan te passen, ze nam afscheid van haar vriendjes en deed braaf haar best op school, zodat haar ouders eindelijk een beetje trots op haar zouden zijn.

In het begin miste ze haar vriendjes wel heel erg, geen spelletjes meer, geen mooie kleuren, maar na een tijdje dacht ze er helemaal niet meer aan en deed ze hard haar best om zich netjes te gedragen en een voorbeeldig kind te zijn. Niet dat dit nou zo goed lukte, ze bleef een vreemde eend in de bijt, met haar eigenzinnigheid en hoewel ze haar vriendjes inmiddels allang vergeten was, bleef er een gevoel van gemis aan haar knagen en ze kon er niet achter komen wat dat was. Het gevoel van eenzaam zijn bleef, terwijl ze toch genoeg mensen om zich heen had.

Ze werd ouder, groeide op,  werd volwassen en kwam er steeds meer achter dat de wereld waarin ze woonde niet alleen maar mooi en leuk en lief was. Ze ontdekte dat er veel verdriet om haar heen was en dat voelde ze ook in haar eigen leven.

Het meisje werd vrouw en kreeg kinderen, ging werken en leerde steeds meer over het leven. Dat vond ze lang niet altijd gemakkelijk, maar wel heel boeiend en ze probeerde de mensen om haar heen te helpen, als die het moeilijk hadden en bijna als vanzelfsprekend ging ze in de hulpverlening werken.

Hoewel ze dat werk erg fijn vond om te doen, voelde ze toch altijd dat deze manier van hulpverlenen niet voldoende was om mensen écht te kunnen helpen, al wist ze niet hoe het dan anders zou moeten.

En al die jaren bleef er een gevoel van iets missen aan haar knagen, maar ze wist nog steeds niet wát.

Toen haar jongste kind overleed, werd ze nog meer teruggetrokken dan dat ze al was, er ging iets helemaal op slot in haar en ze was alleen nog maar aan het overleven. En na jaren van worstelen om overeind te blijven, stortte ze uiteindelijk helemaal in en zakte weg in een diepe depressie die vijf jaar duurde en al het verdriet en alle eenzaamheid uit haar leven daalde als een deken over haar neer.

Maar er werd goed voor haar gezorgd, heel goed. Ze had liefdevolle mensen om zich heen en krabbelde stapje voor stapje uit dat enorme diepe dal.  En toen werd ze weer “wakker”, zo ervaarde ze dat.  En dat kwam omdat haar vrienden van vroeger, die ze had weggestuurd, weer in haar leven kwamen.  Ze ontdekte dat ze nog steeds heel gemakkelijk met hen kon praten, dat ze dat niet verleerd was, en dat ze nog steeds lol kon maken met hen en grappige woordspelletjes kon doen. Maar er kwam ook nog iets anders bij, namelijk dat ze haar lieten voelen wat echte onvoorwaardelijke liefde was, ze lieten haar voelen dat ze dat zelf ook in zich had, maar het niet meer durfde toe te laten. Maar er was nog meer………haar vrienden uit de spirituele wereld lieten haar ontdekken dat ze iets met haar handen kon, met energie kon werken en dat ze niet alleen met haar vrienden uit de spirituele wereld kon praten, maar ook met de spirits die bij andere mensen hoorden en dat ze op die manier mensen zou gaan helpen.

En het allermooiste was wel, dat ze met haar zoon kon praten, dat hij helemaal niet “weg”  was, maar juist heel dichtbij. En dat hij haar kon vertellen waarom hij haar zoon was, en zij zijn moeder. Ze kreeg daardoor heel veel inzichten en haar levensvreugde kwam terug. De liefde die ze van haar vrienden uit de spirituele wereld kreeg, wenste ze iedereen toe en omdat ze nou eenmaal een hulpverlener in hart en nieren was, ging ze cursussen en opleidingen volgen, want ze wilde het graag allemaal goed doen, en niet zomaar wat aanrommelen, maar mensen écht goed kunnen helpen.

Maar…….hetzelfde gevoel dat ze als kind had, kwam in deze opleidingen weer in rap tempo terug. Wéér kon ze niet gewoon zichzelf zijn, wéér moest ze zich aanpassen aan de daar heersende normen en voelde ze zich in een keuslijf geperst, waar ze helemaal niet in wilde. Er bleef maar weinig over van het plezier in het werken met de spirituele wereld. Ze moest het doen op een manier die helemaal niet bij haar paste en ze had er gewoon geen zin meer in. Wat ze ook vreselijk vond, was dat er in de “wereld van de mediums” al net zoveel ruzie, roddel, haat en nijd, jaloezie en ego was, als in de “gewone wereld” , dus ze viel van haar stoel van verbazing. Toen ze begon met de spirituele opleidingen had ze juist het gevoel dat ze in een soort sprookje terecht zou komen, dat er onvoorwaardelijke liefde zou zijn, omdat haar medestudenten en zij toch allemaal met hetzelfde doel bezig waren……samenwerken met de spirituele wereld om mensen te helpen, maar het bleken enorme wespennesten te zijn, met heel veel vriendjespolitiek, ellenbogenwerk en hielenlikkerij.

Dus ze had niet meer zoveel zin in dat soort opleidingen, want als het zo moet, dan maar liever niet, dit was niet het wereldje waar zij zich in thuis voelde.

Er gingen weer een paar jaren voorbij waarin ze veel aan zelfonderzoek deed en opnieuw de vriendschappen met de spirituele wereld ging verstevigen. Want nu koos ze ervoor om die lieve vrienden niet meer zo lang te laten wachten, want er moest gewerkt worden, dus ze koos er voor om alles te geven wat ze in haar mars had en zich door niks en niemand van haar pad af te laten houden.

Wat al die anderen doen, moeten ze zelf maar weten, zo had ze bedacht, en vanaf dat moment moet ze eigenlijk alleen maar glimlachen om de verhalen die ze tegenkomt, die alleen maar gaan over ego, oooohhh en aaaahhhh en kijk mij eens geweldig wezen…….zo moet mediumschap niet zijn volgens haar, daar heb je je ego helemaal niet bij nodig, dat staat alleen maar in de weg.

Dus vanaf dat moment deed ze het helemaal op haar eigen, eigenwijze en eigenzinnige manier, en dat gaat haar best goed af.

Dus ze leefde nog lang en gelukkig !